Ruim 25 jaar neemt Jan Fabre (1958, Antwerpen) internationaal een toonaangevende positie in als grensverleggend beeldend kunstenaar, theatermaker en auteur. Eind de jaren zeventig volgde hij een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen en aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten te Antwerpen. Met de diepblauw gebicte tekeningen van Het Uur Blauw (1977-1992), kasteel Tivoli (1990), Heaven of Delight (2002) - het met juweelkevers bekleedde plafond in de Spiegelzaal van het Koninklijk Paleis te Brussel - sculpturen in de publieke ruimte als De man die de wolken meet (1998), Searching for Utopia (2003), Totem (2004), en recente installaties als Hoofdstukken I-XVIII (2010) en Pietas (2011) geniet hij bekendheid bij een breed publiek.
Tekeningen, sculpturen, objecten, installaties, films, performances, denkmodellen, … alle werken van beeldend kunstenaar Jan Fabre verwijzen naar een geloof in het kwetsbare lichaam, het verdedigen ervan, kijken naar de mens en daarbij de vraag stellen hoe die in de toekomst kan overleven. Deze fascinatie voor het lichaam en de wetenschap gaat terug naar zijn jeugd, waarin hij – beïnvloed door het onderzoek van entomoloog Jean-Henri Fabre (1823-1915) - niks liever deed dan de wereld van insecten en ander gedierte bestuderen, hun kleine lichamen zelfs te ontleden en transformeren tot nieuwe wezens.
De metamorfose is een sleutelbegrip in de benadering van het artistieke parcours van Jan Fabre, waarin het dierlijke en menselijke bestaan continu interageren. Het bracht hem tot de verbeelding van het zintuiglijke en spirituele lichaam; het creëeren van uiteenlopende onvergankelijke lichamen, resistent tegen de natuurlijke cycli van groei en verval. Zijn kunstenaarschap is een poëtisch verzet in het teken van de schoonheid, een oefening in het verdwijnen of een celebratie van het leven als voorbereiding op de dood. Doorheen de jaren vormde hij een eigen universum met wetten en regels; terugkerende personages, symbolen en motieven.
Jan Fabre was aanwezig op grote kunstmanifestaties, werkte internationaal aan talrijke solo –en groepstentoonstellingen. Homo Faber (2006) was de eerste tentoonstelling die de brede artistieke activiteit van de kunstenaar in kaart bracht. Op verschillende locaties in Antwerpen – waaronder het museum voor oude en hedendaagse kunst - werden de diverse aspecten van zijn beeldende kunst belicht. Nadien kreeg Fabre een bijzondere uitnodiging van het Louvre: een carte blanche in de zalen van de Ecoles du Nord (schilderkunst van de Lage Landen). Met Jan Fabre au Louvre. L’ange de la métamorphose (2008) was hij dan ook de eerste hedendaagse kunstenaar in hét museum die vrij spel kreeg tussen meesters als van Eyck, van der Weyden, Bosch, Metsys en Rubens. De tentoonstelling was opgevat als een ‘mentale dramaturgie’ die de belangrijkste figuren van zijn werk en van de werken van de oude meesters in scène bracht. Onder de vele werken hoorden ook een aantal tekeningen van Het Uur Blauw, een reeks die na vele jaren gedeeltelijk terug samengebracht werd in de Gemäldegaleries (tussen Tintoretto, Caravaggio en Brueghel, …) van het Kunsthistorisches Museum van Wenen (2011) en in het Musée d’Art Moderne van Saint-Etienne Métropole (2012). Een andere omvangrijke tentoonstelling was Hortus/ Corpus in het Kröller-Müller Museum (2011, Otterlo). Met recent, nieuw en oud werk werd een overzicht gegeven van Jan Fabres doorgedreven ‘lichamelijke oeuvre’.
Onder veelbesproken solotentoonstellingen noemen we ook Pietas, een ensemble van vijf witmarmeren brein-sculpturen. In 2011 voor het eerst getoond in de Nuova Scuola Grande di Santa Maria della Misericordia tijdens de Biënnale van Venetië en in de zomer van 2012 te zien in de Parkloods, in de vernieuwde expositieruimte van het Antwerpse Park Spoor Noord. In deze installatie krijgt het brein een centrale rol toebedeeld. Het belang dat Jan Fabre hecht aan dit – door hemzelf beschreven – ‘meest sexy gedeelte van het lichaam’, werd eerder aangekondigd in Antropologie van een planeet (2007, Palazzo Benzon Venetië) en From the Cellar to the Attic. From the Feet to the Brain (2008, Kunsthaus Bregenz; 2009, Arsenale Novissimo Venetië).